Jongeren: de mythe ontrafeld!

Jongeren: de mythe ontrafeld!

In de praktijk werkt blijkt zelfcontrole bij jongeren nauwelijks effectief

De World Health Organisation toonde het in 2006 al aan in het toonaangevend werk: “Alcohol no ordinary comodity” (Babor et. al.): De preventieactiviteiten op het terrein van alcoholmatiging, die een beroep doen op zelfcontrole, zijn niet effectief.

In Nederland heeft onder andere Prof. Dr. Ronald Knibbe van de universiteit van Maastricht dit met onderzoek weten te bevestigen.Hij spreekt in zijn onderzoek over 3 typen gedragscontrole: zelfcontrole, informele controle en formele controle.
In Nederland is zelfcontrole een van de meest vanzelfsprekende vormen van gedragscontrole. Het past ook het beste in onze volksaard. “Leven en laten leven” is ons motto en de autonomie van  het individu wordt als een groot goed gezien. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel van de programma’s en campagnes juist zelfcontrole als uitgangspunt nemen. Toch stelt Knibbe dat de voorwaarden voor effectieve preventieprogramma’s bij alcoholgebruik met name moeten insteken op formele- en informele sociale controle. Maar bovenal moeten er geen overdreven verwachtingen gekoesterd wordt van de zelfcontrole van jongeren.

Leefstijlcampagnes doen vooral beroep op eigen verantwoordelijkheid

Alcoholmatigingscampagnes, anti-roken campagnes en andere gedragsbeïnvloedende campagnes proberen al tientallen jaren jongeren te weerhouden van ongezond gedrag. Deze campagnes deden vooral een beroep op de zelfcontrole van jongeren. Met andere woorden ze spraken jongeren aan op hun eigen verantwoordelijkheid en riepen jongeren op om zelf hun gedrag te veranderen op basis van rationele gezondheidsargumenten.
Uiteindelijk hebben de statistieken bij bijvoorbeeld het drankgebruik onder jongeren duidelijk laten zien dat deze aanpak weinig effectief was. Het alcoholgebruik is in de tweede helft van de jaren 90 explosief gestegen. Jongeren dronken meer, vaker en vooral ook op steeds jongere leeftijd. Dit geldt min of meer ook voor alle andere leefstijl thema’s; zoals meer bewegen, gezonde voeding, niet roken, minder alcohol, veilig vrijen, veiligheid in en om het huis en voldoende ontspanning.

Autonomie

Bovenstaande bevindingen druisen in tegen alles wat wij als Nederlander voelen en vinden. Meer regels en controle op de naleving ervan.en daarnaast ook nog eens meer informele sociale controle! Oftewel school, ouders en vrienden die over je schouder meekijken naar wat je doet en je op tijd corrigeren in je gedrag. Wat is er dan over van de autonomiteitsgedachte? Iets wat wij Nederlanders als iets fundamenteels zien.

Bij jongeren wint de emotie van de zelfcontrole

In mijn worsteling over dit thema viel mijn oog op recent hersenonderzoek van de universiteit van Leiden. Promovenda Linda van Leijenhorst stelt zich in haar promotieonderzoek de vraag: Waarom storten jongeren zich vol overgave in riskante situaties die de meeste volwassenen mijden?

Door het inzetten van geavanceerde hersenscantechnieken kwam ze erachter dat er iets aan de hand is in het brein van jongeren dat maakt dat met name jongeren meer risico’s nemen, ondanks het feit dat ze begrijpen wat de risico’s van hun gedrag zijn. Aangezien kinderen op 8 jarige leeftijd al heel beredeneert de risico’s van bepaald gedrag kunnen inschatten op basis van rationele argumenten lijkt het onwaarschijnlijk dat jongeren risicovol gedrag vertonen omdat ze nu eenmaal de risico’s niet kennen. Nee ze begrijpen heus wel dat veel drinken slecht is voor je ontwikkeling en dat je beter niet zou moeten drinken, maar toch is het voor jongeren in de puberteit lastig om weerstand te bieden.

Volgens van Leijenhorst komt dit doordat bij jongeren de gebieden in de hersenen die gevoelig zijn voor beloningen, in ontwikkeling voorlopen op de gebieden die controle uitoefenen op het gedrag. Vandaar dat bij jongeren de emotie wint van de zelfcontrole.

meer formele- en informele controle

Dit onderzoek laat dus zien waarom veel preventieactiviteiten, gericht op jongeren, die zich richten op zelfcontrole, vaak de mist in gaan. Jongeren zijn emotioneel- en niet ratiogeleid. Oftewel jongeren kunnen hun gedrag niet bijsturen door zwaarwegende argumenten, omdat het onderontwikkelde rationele brein wordt overstemd door het sensatiezoekende, op beloningen beluste deel van het puberbrein.

Nu vallen wat mij betreft puzzelstukjes in elkaar en kan ik de opmerkingen van gezondheidswetenschappers beter plaatsen. Jongeren kunnen zichzelf niet altijd even goed sturen. Het is aan de volwassenen om hen heen, om deze sturing aan te brengen en ze door de lastige achtbaan die puberteit heet heen te loodsen.